Onderzoeksrapport media van ABN AMRO vergelijkt Nederland met België. Uit dit onderzoek blijkt ondermeer dat nieuwkomers het op de Belgische mediamarkt lastiger hebben om een plaatsje te veroveren dan op de Nederlandse. Dit ligt voor een deel aan verschillen in technologische infrastructuur. Als meest bekabelde land ter wereld hebben we in België reeds lang een uitgebreid zenderaanbod, wat weinig ruimte overlaat voor nieuwe concurrentie.
Volgens het rapport is er echter meer aan de hand, en spelen ook de wettelijke verschillen tussen beide landen een belangrijke rol. Terwijl de Nederlandse mediawetgeving concurrentie stimuleert, worden de Belgische bedrijven bijna ongemoeid gelaten in hun expansie, ook over verschillende mediavormen heen.
Eén van de gevolgen is dat verschillende Belgische uitgeverijen activiteiten ontplooien op zowel de dagbladen-, tijdschriften-, radio-, televisie- als de internetmarkt. In Nederland ligt dit veel moeilijker en kan enkel de Telegraaf Media Groep als een volwaardige crossmediale speler worden beschouwd. Nog een verschil: terwijl Nederlandse krantenwebsites af te rekenen krijgen met geduchte concurrentie vanwege externe nieuwssites zoals Nu.nl, is dat bij ons veel minder het geval. Het internet is in België veeleer een alternatief communicatie- en advertentiekanaal voor de krantenuitgever, en de bezoekerscijfers van de krantenwebsites behoren tot de hoogste in het land.
Het onderzoeksrapport kwam mede tot stand op basis van gesprekken met 18 mediabazen in zowel België als Nederland, waaronder Rob Eijkelenkamp, directeur van Telegraaf Media Nederland, en
Christian Van Thillo, CEO van De Persgroep (zie video onderaan). Dat er in België geen echte concurrentie zou bestaan, wordt in het onderzoek niet beweerd. Wel geeft de soepele wetgeving aanleiding tot samenwerkingen tussen bijvoorbeeld krantenuitgevers op de advertentiemarkt. Rob Eijkelenkamp: ‘In ruil voor een sterk vereenvoudigd aankoopproces en verbeterde
reclameruimte betaalt de adverteerder een uniforme nettoprijs. In België is
het handje klappen en de kranten-adverteerder is de dupe, want die
betaalt gewoon te veel. Ik vind het te gemakkelijk om een rondje te
maken met één prijs, concurrentie houdt juist iedereen scherp.’ Tegelijkertijd vermeldt het rapport de verslechterende advertentiemarkt en de kleine omvang van de markt als verklaringen voor de Belgische samenwerkingsverbanden. Daaraan wordt wel toegevoegd dat dergelijke initiatieven in Nederland vrijwel ondenkbaar zijn.
Dat de Belgische mediagroepen de beschreven voordelen genieten, kan op termijn echter nadelig werken, stelt het rapport. Dat de Nederlandse mediamarkt competitiever is, betekent namelijk ook dat de noodzaak om met nieuwe concepten op de proppen te komen groter is. Terwijl uitgesteld kijken (Net Gemist) bij ons een betalende dienst is, besloten de publieke omroepen in Nederland de dienst Uitzending Gemist gratis aan te bieden. Met als gevolg dat de commerciële zender RTL voor zijn eigen dienst genoodzaakt was alternatieve advertentie- en verdienmodellen te ontwikkelen.
Het bereik van de Nederlandse tv-reclame (en bijgevolg ook de tarieven) neemt trouwens af, ondermeer omdat de adverteerders uitwijken naar andere manieren om hun publiek te bereiken (social media...).Nederland kent een zeer hoge breedbandpenetratie, en Nederlandersstaan meer open voor nieuwe technologieën en concepten. Online marketing vormt er om die reden een veel grotere bedreiging voor de tv-markt.Hoewel dit proces in België trager en minder drastisch verloopt, zullen wer ook hier niet aan ontsnappen, aldus nog het rapport.



