Blog

Radio wijst de weg naar web (1)

Nieuwe studie van Google bevestigt de innige relatie radio en internet. De grenzen tussen on- en offline media vervagen steeds meer en ook de adverteerders plukken daar de vruchten van. Een nieuwe studie van Google, in samenwerking met Var en RMB, toont aan dat radioreclame een positief effect heeft op ons online zoekgedrag. Varia wijdde er artikel aan, dat je hier vandaag en volgende week kan lezen.

Intuïtief wisten we al langer dat radio en internet elkaar goed aanvullen. Heel wat mensen luisteren naar de radio achter de computer of met de smartphone in de hand, thuis of op het werk. Radio heeft dan ook alle troeven in huis om luisteraars naar het internet te lokken. Radionetten maken daar dankbaar gebruik van. Presentatoren moedigen de interactie met het publiek aan door geregeld de url van hun website te vermelden of naar Facebook of Twitter te verwijzen.

Maar ook voor adverteerders houdt die complementariteit mooie opportuniteiten in. Alleen waren er tot voor kort weinig gegevens beschikbaar om dat te staven. Eind 2010 trokken Var en RMB hun stoute schoenen aan. Ze klopten aan bij het Belgische hoofdkwartier van Google en vonden industry head Roel Naessens en senior industry analyst Elie Boonefaes bereid om een onderzoek op te zetten naar het effect van radioreclame op de zoekopdrachten of queries die gebruikers via Google intikken.

Voor Elie Boonefaes werd het een 10%-project: medewerkers van Google hebben de vrijheid om 10 % van hun werkuren aan persoonlijke projecten te besteden, op voorwaarde dat er een duidelijke link is met de online business van Google. En die was er in dit geval.

“Het onderzoek moest een win-winoperatie zijn voor alle betrokken partijen”, zegt hij. “Voor Var en RMB was het belangrijk om de kracht van radio en de complementariteit met online media aan te tonen. Voor Google betekende dit onderzoek een mooie manier om het belang van search in de verf te zetten.

Google zoekopdrachten

Samen met Dirk Soetens, research manager bij Var, en Nathalie Van Helshoecht, business connections supervisor bij RMB, ging Elie Boonefaes op zoek naar een geschikte methodiek. Ze selecteerden 26 adverteerders die volgens MDB Mediaxim (2010) het voorbije jaar minstens 80% van hun budget aan radio hadden besteed, om zo de impact van andere media te beperken.

Merken met een seizoenseffect, bijvoorbeeld uit de reissector, werden uit het onderzoek geweerd omdat ze de resultaten te veel zouden vertekenen. Voor de rest vertegenwoordigden de geselecteerde cases een brede laag van sectoren: fmcg, banken, retail, woning & toebehoren, auto & toebehoren en energie & brandstof.

Geen van de spots was er expliciet op gericht om een stijging in de zoekresultaten te veroorzaken, ook al maakten sommige adverteerders wel gebruik van een duidelijke call-to-action met vermelding van de url. “Allereerst gingen we voor alle adverteerders na hoe vaak de merknaam of de url via Google werd ingetikt tijdens de weken dat ze niet op antenne waren”, legt Elie Boonefaes uit.


“Vervolgens telden we het aantal zoekopdrachten in de periodes dat de radiospots werden uitgezonden. Door die twee gemiddeldes met elkaar te vergelijken, konden we de ad boost, of het percentage van incrementele zoekopdrachten van de campagnes berekenen, m.a.w. de mate waarin de radiospots het online zoekgedrag stimuleren."

"Met gerelateerde trefwoorden – bijvoorbeeld de baseline van het merk – hielden we geen rekening. Mensen die rechtstreeks naar de website surften, dus zonder zoekopdracht, konden we niet meten. We telden dus louter de zoekopdrachten die mensen rechtstreeks in de zoekmachine ingaven.

Toegevoegd op: 14.09.2011 14:05 door REC redactie

Login of registreer om te reageren